Pensioen
Op grond van de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (Wet VPS) dient het ouderdomspensioen in het kader van de echtscheiding verevend te worden volgens de standaardregeling. Deze regeling houdt in dat de andere echtgenoot een voorwaardelijke aanspraak krijgt op het ouderdomspensioen dat door de pensioengerechtigde tijdens het huwelijk is opgebouwd. Deze aanspraak komt pas tot uitkering als degene die het pensioen heeft opgebouwd de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Bereikt de pensioengerechtigde de pensioenleeftijd niet, dan komt het ouderdomspensioen niet tot uitkering en krijgt de ex-echtgenoot ook geen ouderdomspensioen. Er kan dan wel sprake zijn van een bijzonder partnerpensioen.
Het bijzonder partnerpensioen dat tot de datum van ontbinding van het huwelijk wordt opgebouwd, is een recht dat de (ex)-echtgenoot heeft en na het huwelijk behoudt. Het kan ook zijn dat het partnerpensioen tijdens het huwelijk op risicobasis is verzekerd, zodat er geen kapitaal voor dit pensioen is opgebouwd. In dat geval dient er in het kader van de echtscheiding een voorziening voor het bijzonder partnerpensioen te worden getroffen.
Indien voor conversie van het ouderdoms- en partnerpensioen gekozen wordt, verkrijgt de andere echtgenoot een eigen aanspraak op de helft van het ouderdomspensioen en het nabestaandenpensioen dat door de ander is opgebouwd. Aangezien het verzekerd lijf verandert, is voor conversie toestemming van het pensioenfonds vereist. Het pensioenfonds kan een medische keuring als voorwaarde stellen.
In onderling overleg kan pensioenverevening worden uitgesloten of afwijkende vereveningsafspraken worden gemaakt.