Partneralimentatie
De alimentatieduur voor partneralimentatie is maximaal 12 jaar na huwelijken die langer dan 5 jaar hebben geduurd en na huwelijken waaruit kinderen zijn geboren. Indien uit een huwelijk dat korter dan 5 jaar heeft geduurd geen kinderen zijn geboren, komt de alimentatieduur overeen met de duur van het huwelijk. De termijn gaat pas lopen op de datum van inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand. Indien tijdens het scheidingsproces alimentatie wordt betaald, wordt deze periode niet meegerekend bij het bepalen van de duur van de alimentatie.
De hoogte van de partneralimentatie hangt enerzijds af van de huwelijksgerelateerde behoefte van de alimentatiegerechtigde en anderzijds van de draagkracht van de alimentatieplichtige. De huwelijksgerelateerde behoefte wordt bepaald aan de hand van de inkomsten en uitgaven gedurende de laatste jaren van de samenleving. Een vuistregel is dat deze behoefte wordt bepaald op 60% van het netto gezinsinkomen na aftrek van de kosten van de kinderen. De alimentatiegerechtigde zal echter aan de hand van concrete gegevens de gestelde behoefte moeten onderbouwen. Vervolgens dient te worden bekeken in hoeverre de alimentatiegerechtigde in eigen levensonderhoud kan voorzien. De resterende netto behoefte bepaalt de hoogte van de behoefte aan aanvullende alimentatie. Deze netto-behoefte dient gebruteerd te worden. Aangezien partneralimentatie een bron van inkomsten is, waarover inkomstenbelasting verschuldigd is, worden alimentatiebedragen uitgedrukt in brutobedragen.
De draagkrachtruimte wordt bepaald door het inkomen te verminderen met de noodzakelijke vaste lasten. Van deze netto draagkrachtruimte dient 60% voor partneralimentatie te worden aangewend. Betaalde partneralimentatie is aftrekbaar voor de betaler.
De vaststelling van partneralimentatie is een momentopname. Indien sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden in de financiële situatie van de alimentatieplichtige of alimentatiegerechtige kan wijziging van de partneralimentatie worden verzocht. Deze wijzigingsmogelijkheden kunnen in onderling overleg worden beperkt of uitgesloten.
Indien de alimentatiegerechtigde hertrouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenwonen als waren zij gehuwd dan komt de alimentatieplicht definitief te vervallen. Er is pas sprake van 'samenwonen als waren zij gehuwd' als aan stringente criteria is voldaan. De bewijslast ten aanzien van deze samenwoning ligt bij de alimentatieplichtige en kan niet eenvoudig geleverd worden. Het is derhalve van belang om in het kader van de echtscheiding afspraken te maken over de alimentatieplicht in geval van samenwonen.